Ik ben Flater, ik ben Flater en ik zal het nog wel een keer of 10 zeggen.

Ik liep door de straten van de stad. ‘Now this place is really a shithole.’ Dacht ik bij mezelf. Het idee had ik van een film die ik eigenlijk nog niet gezien heb, maar ik pik al eens graag ideeën van dingen die ik nog niet gezien heb. ‘Bah’, dacht ik bij mezelf, ‘ik denk te veel bij mezelf.’ Dus liet ik alle gedachten varen terwijl ik verder stapte. Gedachten kunnen goed varen en mijn gedachten waren dan ook in een mum van tijd ver weg. Haast was ik verloren gelopen want mijn gedachten waren zover dat ik niet meer wist hoe ver ik nog moest gaan. Wie? Wat? Waar? Naar waar? Ah, ja. Juist. Naar huis. Da casa. My home. La Maison. Toen bedacht ik dat ik toch wat aan alle verkeersregels zou mogen denken. Opletten bij het oversteken, voetpad gebruiken, voorrang van rechts en averrechts, enzovoort, enzoverder. Ja, een mens gaat niet zomaar waar hij wil. There are rules in this crazy world or you end up like a pancake. Op deze zomerse zomerdag leek het erop dat het als van ouds ging regenen dus zocht ik een geschikt middel om toch nog enigszins droog thuis te raken. Te voet gaan is enkel aan te raden als je tussen de regendruppels door kan wandelen: een kunst die ik helaas nooit onder de knie zal krijgen. Boven de knie ook niet. Dus wachtte ik aan de eerste de beste bushalte tot ik merkte dat aan die bushalte niet de juiste bus stopte. Gelukkig stopte de bus die ik nodig had, niet zo ver van waar ik stond en kon ik die nog vlug nemen. Ik stak de bus in mijn binnenzak en ging op stap. Toen het begon te regenen, haalde ik de bus weer uit mijn binnenzak en stapte op. De mensen op de bus keken nogal kwaad want geen mens zit graag in mijn binnenzak. Ik negeerde de boze blikken en dronk dan maar een blik Ice-tea. Een grote teleurstelling want het blik bevatte enkel tea maar geen ice. Nochtans geen overbodige luxe op zo’n zomerse dag waar het water bij bakken uit de hemel valt. De bakken vielen gelukkig niet mee. Natuurlijk was het onderwerp van gesprek in de bus het weer: hoe die Drank Be Froosere weer eens het weer goed voorspeld had. Alles was niet zoals hij gezegd had: het was niet droog gebleven, er waren geen opklaringen geweest en de zon was zeker niet van de partij geweest. Hij had ook niet voorspeld dat het zou sneeuwen in Chili en dat het zou hagelen in Zuid-Oost-Noord-West-China. De Chinezen waren niet bepaald content. Meestal zijn de Chinezen heel blij met hagel. Vooral chocoladehagelslag. Made in Belgium maar eigenlijk gewoon in China nagemaakt. Terwijl mijn gedachten zou door het verre oosten trokken, had ik niet gemerkt dat de bus mijn huis voorbij was gereden. Ik trok kordaat aan de noodrem. Kordaat keek heel kwaad. ‘Ah Jan,’ zei ik tegen Jan Kordaat, ‘hier woon ik nu eenmaal. Ik moet van de bus.’ ‘Het zal tijd worden,’ antwoorde Kordaat kordaat, ‘we zijn zo stilaan beu dat je hier nog bent. Ga maar naar huis. Je moeder heeft vis gebakken.’ Ik trok een vies gezicht. ‘Kunde gij dat ruiken tot hier? Dan zal dat wel geen verse vis zijn.’ Ik stapte van de bus en ging naar huis. Toen ik binnen kwam, was moeder helemaal geen vis aan het bakken. ‘Nee,’ antwoorde ze, ‘ik ben je sokken aan het strijken.’ Ik wist direct waarom het thuis zo vreemd rook. ‘Je bent weer al aan het slaapwandelen’, zei ze terwijl ze me bekeek. Ik keek haar vragend aan. ‘Je hebt weer bizarre dromen’, zei vader die in zijn zetel lag met enkele blote madammen terwijl hij de Humoradio las. ‘Verrekt, dat is wel een heel vreemde dagdroom,’ zei ik. ‘Dag,’ zei de droom en ze was weg.

Geplaatst in verhaaltje. Categorie: . 3 Commentaar »

3 Reacties naar “Ik ben Flater, ik ben Flater en ik zal het nog wel een keer of 10 zeggen.”

  1. micheleeuw Zegt:

    Schitterend ! Zeer mooi geschreven. Ik lig hier plat van het lachen. :lol:

  2. dorine Zegt:

    Hehe, leuk geschreven :)


Reageer