John Ronald Reuel Tolkien (Bloemfontein – Zuid-Afrika, 3 januari 1892 – Bournemouth – Engeland, 2 september 1973) was een hoogleraar Angelsaksisch van 1925 tot 1945, hoogleraar in de Engelse taal- en letterkunde van 1945 tot 1959 aan de Universiteit van Oxford en schrijver van verschillende bekende werken. Met zijn boeken ‘De Hobbit’ (The Hobbit) en ‘In de Ban van de Ring’ (The Lord of the Rings) is hij vooral bekend geworden als de vader van de moderne high fantasy.
Jeugd en legerdienst
J.R.R. Tolkien is geboren in Bloemfontein, Zuid-Afrika. Zijn vader Arthur (een bankdirecteur) stierf toen hij nog maar 3 jaar oud was. Het gezin was toen op bezoek in England. Moeder Tolkien en haar zoons keerden niet terug naar Afrika, maar vestigden zich in Sarhole, een dorpje ten zuiden van Birmingham. Daar bracht de jonge Ronald gelukkige jaren door. Het dorpje stond model voor Hobbiton (Hobbitstee), de woonplaats van de Hobbits in de Gouw, waar zowel ‘De Hobbit’ als ‘In de ban van de ring’ begint. Zijn moeder Mabel bekeerde zich tot het katholicisme, ondanks hevige protesten van haar familie. Zij stierf aan diabetes in 1904, toen het gezin reeds naar een buitenwijk van Birmingham was verhuisd, zodat de kinderen gemakkelijker naar school konden. Toen was hij nog maar een tiener, maar hij voelde voor de rest van zijn leven dat zij een martelaar was voor haar geloof. Dit beïnvloedde duidelijk zijn eigen katholieke geloofsbelijdenis. Tevens had Mabel aan J.R.R. de liefde voor talen en tekenen bijgebracht. Het boek “Tolkien: Artist and Illustrator” toont dat Tolkien, ondanks een negatief zelfbeeld over zijn teken kunsten, goed met een pen overweg kon.
De jonge Ronald blonk uit in zijn studies – naast Grieks, Latijn en Frans leerde hij in korte tijd ook Gotisch en Angelsaksisch. De universiteit van Oxford verleende hem in 1910 dan ook probleemloos een beurs voor de studie klassieke talen. Tolkiens studie verliep zeer voorspoedig zodat hij in 1916 cum-laude afstuderen. In de periode nadat hij wees was geworden, ontmoette hij Edith Bratt (die later model stond voor Luthien) en werd verliefd op haar. Tolkien werd voortaan opgevoed door zijn tante en later door de katholieke priester Francis Morgan. Hij verbood Tolkien om te trouwen met zijn geliefde Edith op minderjarige leeftijd, iets waar Tolkien zijn biechtvader en opvoeder later dankbaar voor zou zijn. Wel kreeg Tolkien zijn fiat wanneer hij meerderjarig zou worden. Ondanks deze obstakels trouwde hij met haar zodra hij meerderjarig was en zo herenigde hij zich met zijn eerste en grootste liefde. Met haar kreeg hij vier kinderen: John Francis Reuel, Michael Hilary Reuel, Christopher John Reuel en Priscilla Anne Reuel. Tolkien diende in het Britse leger tijdens de Eerste Wereldoorlog, bij het meest gedecoreerde Britse legeronderdeel, de Lancashire Fusiliers. Hij zag een aantal van zijn medestrijders en een aantal van zijn dierbaarste vrienden het leven verliezen. Hijzelf eindigde in een militair ziekenhuis, lijdend aan loopgravenkoorts (trench fever).
Carrière
Tijdens zijn herstel begon hij met het schrijven van een serie sprookjes gebaseerd op zijn studie naar mythologie en folklore, die hij The Book of Lost Tales noemde.
In 1925, een jaar na de geboorte van zijn tweede zoon, werd Tolkien benoemd tot Professor Angelsaksisch aan de universiteit van Oxford. Hij had in 1922 zijn eerste wetenschappelijke publicatie geschreven, waarna er nog vele volgden. Zijn wetenschappelijke werk had veel weg van fictie. Studenten hielden dan ook erg van zijn manier van lesgeven. ‘Hij kon een auditorium veranderen in een ridderzaal, waarin hij de minstreel was en wij de feestende, luisterende gasten’, zou een van zijn studenten later zeggen. Wat gold voor zijn wetenschappelijke werk, gold ook voor zijn fictie – in omgekeerde zin. Jarenlang probeerde hij bij fictieuitgevers een manuscript gepubliceerd te krijgen dat, hoewel het verzonnen was, alle kenmerken had van een wetenschappelijke uitgave een middeleeuwse teksten zoals de Edda of Beowulf. Hij noemde dit werk De Silmarillion. In deze tekst, waar Tolkien aan werkte nog voordat hij De Hobbit schreef, ligt de werkelijke oorsprong van In de ban van de ring. Maar zelfs toen al zijn latere boeken grote successen werden, waagde geen enkele uitgever zich aan De Silmarillion.
Kenners zeggen, dat de oorlog zijn werk heeft beïnvloed, dat hij fantasie zag als een ontsnapping aan de vreselijke realiteit van fabrieken, machines, pistolen en bommen van de twintigste eeuw.
Tolkien had nooit verwacht dat zijn boeken populair zouden worden bij het grote publiek. Hij schiep de wereld van Midden-aarde (Middle-earth) als het verhaal achter de talen die hij ontwierp. ‘In een hol onder de grond woonde een Hobbit…‘ Deze woorden schreef professor J.R.R. Tolkien in 1928 op een onbeschreven eindexamenblad van een van zijn studenten. Tolkien wist zelf niet wat hij ermee bedoelde. Hij besloot eens uit te zoeken wat Hobbits eigenlijk zijn. Hobbits bleken kleine, gemoedelijke lieden, die in nette holen onder de grond wonen. Ze houden van lekker eten en van het roken van geurige pijpen bij de haard en ze zijn weinig avontuurlijk aangelegd.
Het boek dat Tolkien over deze Hobbits schreef is het begin van het wereldberoemde oeuvre van Tolkien. Hij schreef het aanvankelijk voor zijn kinderen, in de vorm van feuilletons die hij regelmatig aan hen voorlas. Het vond per toeval een uitgever: een kennis van de verhalenverteller vertelde van het bestaan van de feuilletons aan een vriendin die werkte bij de Londense uitgever George Allen & Unwin. Meneer Unwin, de toenmalige directeur van het kantoor, liet het boek beoordelen door zijn tienjarige zoontje, die het prachtig vond. Zo vond De Hobbit zijn weg naar de persen en, uiteindelijk, naar duizenden Engelse kinderen.
Maar niet alleen kinderen bleken het verhaal te lezen: ook volwassenen raakten in de ban van de Dwergen, Hobbits en Trollen uit het boek. Net zoals Harry Potter in latere jaren werd het een ware hype. De avonturen van de Hobbit, Bilbo Balings, werden zó succesvol dat de uitgever Tolkien aanspoorde om een vervolg te schrijven.
Dit moedigde hem aan zijn beroemdste werk te schrijven, het epische In de ban van de ring (The Lord of the Rings, gepubliceerd in drie delen 1954-1955), wat de Encyclopaedia Britannica als ‘richly inventive’ omschreef. Het schrijven van dit epische werk nam bijna tien jaar in beslag, een periode waarin hij onophoudelijk werd gesteund door de Inklings (een literaire discussiegroep waar hij deel van uitmaakte) en zijn dierbaarste vriend, C.S. Lewis.
Tolkien dacht eerst dat The Lord of the Rings, net als The Hobbit, weer een kinderboek zou worden, maar het groeide snel uit tot een donkerder en serieuzer werk. Hoewel het een direct vervolg op The Hobbit was, was het voor een veel ouder publiek bedoeld, gebaseerd op het immense achtergrondverhaal van Midden-aarde. The Lord of the Rings werd ontzettend populair onder studenten in de jaren ‘60 en is sindsdien populair gebleven. Het werd al spoedig in het Nederlands vertaald (door Max Schuchart, die hiervoor in 1958 de Martinus Nijhoffprijs kreeg) en vervolgens in vele andere talen, waaronder het Esperanto.
The Lord of the Rings was, afgemeten zowel aan verkoopcijfers als aan onderzoek onder lezers, een van de populairste boeken van de twintigste eeuw. De invloed van Tolkien is duidelijk te zien in het fantasy-genre dat tot bloei kwam na het succes van The Lord of the Rings. Omdat In de ban van de ring, ondanks de pogingen van critici en literatuurwetenschappers, eigenlijk nergens bij ingedeeld kon worden, werd het informeel geadopteerd door een beweging die in dezelfde tijd in opkomst was; die van de Amerikaanse stuiverromannetjes die zich specialiseerden in fantastische genres. De namen van deze zogenaamde ‘pulp-tijdschriften’ (waaronder ’science fiction’, ‘horror’, ’science fantasy’ of ’sword and sorcery’) groeiden later uit tot benamingen van nieuwe genres. Zo ook ‘fantasy’. The lord of the rings, waarvan nooit iets in een pulptijdschrift gepubliceerd is, werd door liefhebbers al snel gezien als het prototype van het genre. In de ban van de ring heeft hierdoor de trend gezet voor alle fantasy na de Tweede Wereldoorlog. Zo verscheen er al in 1959, van de hand van Carol Kendall, een serie fantasyboeken voor kinderen, (The Gammage Cup, 1959) waarin hobbitachtige figuren een vijfkoppig reisgenootschap vormen en een reis door de bergen ondernemen, waar een aloude kwaad macht op de loer ligt. De fantasytraditie die na In de ban van de ring begon met regelrechte imitaties van Tolkien, groeide langzaam uit tot er variaties op zijn werk ontstonden, en ontwikkelde zich onder de handen van auteurs als Ursula LeGuin, Terry Brooks, Leigh Eddings en Raymond Feist tot een bloeiend en zelfstandig genre, waarin Tolkiens invloeden nog tot op de dag van vandaag duidelijk aan te wijzen zijn. Het verhaal is twee keer verfilmd, vanaf 1978, gedeeltelijk door Ralph Bakshi, en in 2001-2003 door Peter Jackson.
Zijn hele leven bleef hij werken aan de geschiedenis van Midden-aarde. Uit dit werk werd, na zijn dood, door zijn zoon Christopher Tolkien en fantasy-auteur Guy Gavriel Kay, de Silmarillion samengesteld, dat in 1977 werd gepubliceerd.
Christopher Tolkien publiceerde in de daaropvolgende jaren veel achtergrondmateriaal over de schepping van Midden-aarde, beginnend met Unfinished Tales (1980), The Letters of J.R.R. Tolkien (1981), en een verzameling essays, The Monsters and the Critics (1983), en diverse delen in de serie The History of Middle-Earth.
J.R.R. Tolkiens fascinatie voor linguïstiek inspireerde hem tot het ontwerpen van verschillende kunsttalen (waarvan Quenya en Sindarin, de Elfentalen uit In de Ban van de Ring, de bekendste zijn). Hij was bekend met Esperanto, dat hij leerde op 17-jarige leeftijd. Hoewel hij niet beweerde een Esperantist te zijn, stond hij bekend als een promotor ervan. Hij zei: “Ik heb symphatie voor het beroep dat Esperanto doet op redelijkheid, maar de principiele reden om het te steunen lijkt te liggen in het feit dat het inmiddels de eerste plaats bestaat en brede aanvang heeft.”
Hij heeft ook essentiële bijdragen geleverd over Beowulf en Sir Gawain and the Green Knight.
Doorheen zijn gehele leven is Tolkien een toegewijd katholiek gebleven; hij was ontevreden over de omwentelingen na het Tweede Vaticaans Concilie en richtte zich in de laatste dagen van zijn leven sterk op het traditionalisme in de Kerk van Rome.
Na zijn leerstoel twintig jaar bekleed te hebben, en gelauwerd te zijn met eredoctoraten aan de universiteiten Dublin, Luik, Marquette en Harvard, nam Tolkien in 1959 afscheid van het universitaire leven. Het succes van In de ban van de ring zorgde ervoor dat hij samen met Edith een rustig bestaan kon opbouwen, weg van de fans en de media die steeds meer beslag legden op het gezin.
In 1971 stierf Edith na een langdurige ziekte en een jaar later, vlak nadat hij door Koningin Elizabeth nog benoemd was tot Commander of the Order of the British Empire, werd hij met een acute maagzweer opgenomen in ziekenhuis. John Ronald Reuel Tolkien stierf aan de gevolgen hiervan in 1973, op eenentachtigjarige leeftijd.
Bibliografie
* Gepubliceerd tijdens zijn leven
o 1937 De Hobbit
o 1945 Leaf by Niggle (kort verhaal, vertaald als Blad van Klein)
o 1947 Tree and Leaf (essay)
o 1949 Farmer Giles of Ham (vertaald als Boer Gilles van Ham)
o 1954 De Reisgenoten (The Fellowship of the Ring), deel 1 van In de ban van de ring (The Lord of the Rings)
o 1954 De Twee Torens (The Two Towers), deel 2 van In de ban van de ring (The Lord of the Rings)
o 1955 De Terugkeer van de Koning (The Return of the King), deel 3 van In de ban van de ring (The Lord of the Rings)
o 1962 De Avonturen van Tom Bombadil (The Adventures of Tom Bombadil and Other Verses from the Red Book)
o 1964 Tree and Leaf (On Fairy-Stories en Leaf by Niggle)
o 1966 The Homecoming of Beorhtnoth (De terugkeer van de Beorthnoth)
o 1967 Smith of Wootton Major (De smid van Groot-Wolding)
* Postuum gepubliceerd niet-Midden Aarde materiaal
o 1976 The Father Christmas Letters
o 1982 Mr. Bliss
o 1998 Roverandom
* Gepubliceerd door Christopher Tolkien
o 1975 Sir Gawain and the Green Knight, Pearl, Sir Orfeo
o 1977 De Silmarillion
o 1980 Unfinished Tales
o 1981 The Letters of J. R. R. Tolkien
o 1983 The Monsters and the Critics (essays)
o 2007 De Kinderen van Húrin (The Children of Húrin)
* De serie The History of Middle-Earth
o 1983 The Book of Lost Tales 1
o 1984 The Book of Lost Tales 2
o 1985 The Lays of Beleriand
o 1986 The Shaping of Middle-Earth
o 1987 The Lost Road and Other Writings
o 1988 The Return of the Shadow (The History of The Lord of the Rings v.1)
o 1989 The Treason of Isengard (The History of The Lord of the Rings v.2)
o 1990 The War of the Ring (The History of The Lord of the Rings v.3)
o 1992 Sauron Defeated (The History of The Lord of the Rings v.4)
o 1993 Morgoth’s Ring (The Later Silmarillion v.1)
o 1994 The War of the Jewels (The Later Silmarillion v.2)
o 1996 The Peoples of Middle-earth
Christopher John Reuel Tolkien (geboren 21 november 1924) is vooral bekend als de zoon van auteur J.R.R. Tolkien, en als redacteur van zijn vaders postuum uitgegeven werken.
J.R.R. schreef grote hoeveelheden materiaal over Midden-aarde dat nooit werd gepubliceerd gedurende zijn leven. Hoewel hij oorspronkelijk de Silmarillion samen met In de ban van de ring (The Lord of the Rings) had willen uitgeven en verscheidene delen ervan gereed voor publicatie waren, stierf hij in 1973 en was het project toen onvoltooid.
Christopher was reeds vele jaren betrokken geweest bij zijn vaders fictieve wereld; eerst als kind, luisterend naar de verhalen over Bilbo Balings, en vervolgens als tiener en jongvolwassene die zijn vader veelvuldig van commentaar op In de ban van de Ring voorzag tijdens de 15 jaar lange ontstaansperiode daarvan. Hij had zelfs de taak op zich genomen om zijn vaders soms tegenstrijdige kaarten van Midden-aarde te interpreteren om de definitieve versies te produceren. Christopher hertekende de grote overzichtskaart laat in de jaren 1970 ten behoeve van de duidelijkheid en om enkele fouten en over het hoofd geziene zaken te herstellen.
Later volgde de zoon de vader op en werd hij hoogleraar in de Engelse taal aan de universiteit van Oxford.
Na het overlijden van zijn vader nam Christopher de taak op zich, de massa’s notities van zijn vader te ordenen, waarvan enkele een halve eeuw eerder op losse blaadjes geschreven waren. Het materiaal was veelal handgeschreven, vaak zelfs een nette kopie over een half weggevaagde eerste versie, en het was gebruikelijk dat namen van personages veranderden tussen het begin en het einde van eenzelfde kladversie. Dit weinig samenhangend geheel te ontcijferen en samen te voegen was een zware taak, en wellicht kon alleen iemand die J.R.R. persoonlijk goed kende, evenals de ontwikkeling van diens verhalen, deze tot een goed einde brengen. Evengoed heeft Christopher verscheidene malen aangegeven te hebben moeten gissen naar de bedoeling van de auteur.
Desalniettemin kreeg hij het toch voor elkaar om in samenwerking met Guy Gavriel Kay de Silmarillion in 1977 te publiceren, en vervolgens ook de twaalf delen van de geschiedenis van Midden-aarde (The History of Middle-earth), tussen 1983 en 1996. In april 2007 publiceerde hij De Kinderen van Húrin.






dinsdag, 18 december, 2007 at 11:52
Waaauw ! Dat wist ik allemaal niet. Ik moet nog veel lezen, heb ik de indruk
dinsdag, 18 december, 2007 at 13:08
Zo, ben je een fan of ben je fan…
donderdag, 20 december, 2007 at 9:36
@ Mich: de meeste boeken van Tolkien lees ik minstens ieder 5 jaar. Ik heb ze ook in het Engels.
@ Chantal: ja, ik beken – ik ben een fan.
woensdag, 20 februari, 2008 at 1:36
Leuk dit te lezen, alleen komt het lijstje van werken me bijzonder bekend voor
Groetjes, Amy
(van Cerin Amroth website)